Rudo Keizerweerd - het is geen ver-van-mijn-bed-show

Mijn naam is  Rudolf Alwin Keizerweerd, maar sinds mijn zevende noemen ze me Rudo. Waarom, dat weet een heilige of wie dan ook. Ik ben geboren in Suriname, op 3 januari 1953. IK ben met pensioen maar heb gewerkt bij het voormalige D&D (districtsbestuur en decentralisatie). Later werd ik elektromonteur in het binnenland. Ik ben toch iemand die liever met de handen werkt.

Al sinds jaren vind ik dat Keti Koti ook in Nederland een nationale feestdag moet worden. Het is altijd mijn streven geweest.

Wat betekent Keti Koti voor mij? Ik heb zoveel woorden daarover. Het enige wat echt telt: een teken van vrijheid. Van mijn voorouders naar mij toe. We hebben het over 400 jaar onderdrukking, wat een verdriet. Wat een vernedering. Het was werkelijk onmenselijk. Stel je maar voor, mensen gingen met 400 in een boot naar Suriname en 50 kwamen er aan. Waar waren die 350 anderen gebleven? Overboord gegooid.

Ik vier het feest al sinds mijn geboorte. In Nederland of in Suriname. Dat is heel anders. In Nederland ... je voelt het niet hier. In Suriname krijg ik één, twee dagen ervoor echt een gevoel ... ik kan het niet beschrijven. Weer vrij. Na zoveel jaar.

In de ochtend herenigen we elkaar met familie. We gaan op straat. Mooi aangekleed. En 's avonds, ja dan is het feesten geblazen. Ik draag op die dag geen pangi, maar meestal Afrikaanse kledingdracht. Die staat voor de vrijheid. De kleuren maken me blij. De eigen keuze in wat ik draag is ook belangrijk voor die vrijheid. Alle bevolkingsgroepen vieren het feest mee, Javaans, Chinees. Een ieder draagt zijn eigen kleding.

Er werd in mijn familie ook over het slavernijverleden gesproken. Ik zeg: Het is geen ver-van-mijn-bed-show. Ik ben geboren in 1953, mijn moeder in 1921. Haar grootmoeder was slavin. Reken maar uit wat een invloed dat heeft.

Er zijn veel verhalen, ze zitten ook in liedjes. Rudo zingt een paar liedjes voor mij en praat tussendoor verder. Ik heb wat van de door Rudo  liedjes op video opgenomen, je kunt ze hier terugzien - en luisteren.

Rorac, dat is een  plaats in Surinamerivier waar slaven in kooien liggen:

Ai mi Rorac
Oh mijn god

Doti fu mi gado
Grond van mijn aarde

Nipisu ma lasi den libi
Hoeveel mensen lieten hier het leven

Tje mi masra gado
Help mij vader god

Dit lied gaat over het verlangen om terug te gaan naar het Afrikaanse continent. En dat gebeurt nu he. Ze gaan naar Ghana, de mensen.

Teju gweju sa cong baka.
Wanneer je weggaat, zul je dan terugkomen.

Brada nanga sisa.
Broer en zus.

Na tapana honi na da pe mi be go.
Ik ga van de stad naar mijn dorp.

Na ansu banghi draai watra mi ti mi
Bij de zandbank draait het water met me mee.

Tja dan ben je toch stadscreool gebleven!
En dan dit lied. De kinderen  die het later zongen wisten niet waar het over ging:

Faja si tong 
Vuur van de steen

No bro mi so (2x) 
Brand me niet zo

A djeng masarantji
Alweer is meester Jan

E kiri ma pikin
Mensenkinderen aan het moorden

 

Rudo Keizerweerd
Geboren in Suriname (1953). Woont in Nederland (Amsterdam).

Rudo in Paramaribo, ±1980,  klaar voor de
Keti Koti viering in de stad

Doekjes van katoen, bij de tori van Rudo.
De inkt maakte ik van cacao.

Rudo ontmoette ik op de markt aan het
Anton de Komplein, Amsterdam Zuidoost.
In de drie video's hierboven zingt hij 
stukjes uit een paar liedjes.