NOÉmi BeYer - mi sa singi a son opo kon

Ik ben Noémi Beyer, woonachtig in Amsterdam, geboren op 20 mei 1975, te Paramaribo, het jaar dat Suriname onafhankelijk werd. Ik heb de Pabo en de docentenopleiding aan de kunstacademie (Breitner, Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten) gedaan en werk als vakdocent  beeldende vorming op basisscholen en in de Teekenschool van het Rijksmuseum. Daarnaast studeer ik op dit moment weer aan de AHK, ik doe daar een master Kunsteducatie.

Keti Koti betekent voor mij de eindelijke erkenning van vrijheid, een recht dat voor elk mens zou moeten gelden en heel lang toegeëigend werd door de kolonisator, de onderdrukker. Hoe kun je jezelf boven een ander stellen, je die macht aanmeten en zo onmenselijk omgaan met je medemens? Het is helaas nog steeds een actuele vraag, en juist daarom vind ik dat slavernij in welke vorm dan ook, historisch, hedendaags en in de toekomst aandacht moet blijven krijgen met als doel vrijheid voor ieder mens.

Mijn voorouders hebben aan beide kanten gestaan, ze hebben generaties voortgebracht die lering moeten trekken uit de pijnlijke geschiedenis waar we van afstammen, opdat we het samen beter doen.

Zo lang als ik in Amsterdam woon (36 jaar) is het jaarlijks een herdenking/ feest waarmee ik ben opgegroeid en waarvan het besef met de jaren groeide. Ik doe op die dag geen speciale kleren aan, maar doe wel altijd de broche 1873 op, want de slavernij duurde nog 10 jaar in Suriname, ook al werd het in 1863 officieel afgeschaft. Ik ga bijna altijd naar het Oosterpark en eet heri heri. Ik houd van de gezelligheid in het Oosterpark, het weerzien met mensen, de muziek, het lekkere eten. Maar de herdenking bij het monument waar ik vaker bij ben geweest, waarbij Marian Markelo elke keer een plengoffer doet, is een ceremonie die me heel erg raakt.  Het brengt me gevoelsmatig dichter bij mijn voorouders.

Vroeger werd  er in mijn familie niet veel gesproken over het slavernijverleden en onze voorouders, maar met de jaren wel steeds meer. Mijn grootouders en hun generatie spraken er weinig over, zodat mijn moeder er ook aanvankelijk niet veel over had meegekregen. Doordat het besef van de geschiedenis bij haar toenam, en meer mensen binnen mijn familie zich ervoor gingen interesseren, ontstonden nieuwsgierigheid en vragen ook bij mij. Het is dus, met een groeiend besef, ook belangrijker geworden binnen mijn familie, er wordt meer over gesproken en mensen gaan meer op zoek. 

Ik herinner me nog dat, toen ik klein was en in Suriname woonde, we verkleed naar school mochten en er de hele dag feest was,  De details herinner ik me helaas niet, maar ik heb er nog een foto van.

Ik zou er zeker voor pleiten het in Nederland ook een vrije dag te maken. Het gaat tenslotte om een gedeelde geschiedenis, daar hoort ook een gezamenlijke herdenking bij die even belangrijk is als bijvoorbeeld 5 mei. 

Mijn favoriete gedicht is 'Orfeu negro' van de Surinaamse dichter Michaël Slory. Het begint met de zin: Mi sa singi a son opo kon. Ik zal zingen om de zon te laten opkomen. Het staat voor mij voor hoop, kracht: niet opgeven, geloven dat we het beter kunnen maken voor de toekomst: de jeugd.

 

Orfeu negro


Mi sa singi
a son
opo kon,
te den stari wasi komoto
na loktu.
Mi sa singi
alanya worku,
penipeni pangi fu rediblaw,
blaka, di no man ori ensrefi
te mi son e kon;
wan geri boskopu
fu ala di didon ete na ini den kanpu,
fu ala di sribi breni...
Mi sa singi
a son
opo kon,
fu ondro a watra

di bradi sote,
te un opo kon na doro
fu arki
a nyunsu di mi ati
e lusu:
wanwan dropu fu mamanten son.

Orfeu negro

Ik zal zingen
om de zon
te laten opkomen,
wanneer de sterren weggewassen zijn
uit de lucht.
Ik zal zingen
in wolken van oranje,
bespikkelde lendendoeken van roodblauw,
zwart, dat zich niet langer kan staande houden
wanneer mijn zon aankomt;
een gele boodschap
voor allen die nog in hun kampen liggen,
voor allen die blind zijn van slaap...
Ik zal zingen
om de zon
te laten opkomen,
vanuit het water
dat zo eindeloos breed is,
totdat jullie naar buiten komen
om te luisteren
naar het bericht dat vanuit mijn hart
naar buiten breekt:
enkele druppels van morgenzon.

Portret van Noémi, Nelson Mandelapark, 1 juli 2021

Doekjes van katoen, bij de tori van Noémi.
Zonnige inkt, van kurkuma.

Noémi, zes maanden oud, in haar Srefidensi jurk.
Paramaribo 1975

Noémi, Keti Koti viering op school.
Paramaribo, 1981-1982 

Het gedicht 'Orfeu negro' van Michael Slory, gezongen door Jeannine La Rose. Met een foto van de dichter als beginbeeld.