max linsen - SRANANg, MI MAMA KONDRÈ

Ik heb van m’n achtste tot m’n veertiende jaar in Suriname gewoond. Nederland is dan wel mijn vaderland, maar Suriname is mijn moederland, mi mama kondrè.
Nog steeds ben ik m’n ouders dankbaar dat ze me toen niet naar een ‘witte’ school hebben laten gaan. Ik zat als enige ‘p’tata’ in de klas met kinderen van alle kleuren van de regenboog, mèt bijbehorende talen en godsdiensten. Dat heeft me voor het leven gevormd.

Ik herinner me uit een geschiedenisles in mijn schooltijd het verhaal van drie slaven: Codjo, Mentor en Present. Zij werden verdacht van brandstichting, waardoor veel huizen in Paramaribo afbrandden. Zij werden ter dood veroordeeld en na marteling levend verbrand.

Dat maakte diepe indruk op mij.

Ik kwam in die tijd vaak in Wosuna, het Surinaams museum. Daar heb ik de werktuigen gezien waarmee slaven werden gemarteld. Ik kon niet begrijpen dat een mens dat een ander aan kon doen.

Later hoorde ik ook de verhalen van Hindoestaanse en Javaanse arbeiders die na het afschaffen van de slavernij met valse beloften naar Suriname werden gebracht en daar onder erbarmelijke toestanden op de plantages werkten. Eigenlijk was dat ook een vorm van slavernij waarvoor altijd minder belangstelling is geweest. Voor mij zit dat verhaal ook vast aan Keti Koti.

Elke keer als het wordt gevierd moet ik aan deze verhalen denken.

 

Max Linsen
Fotograaf en muzikant
Geboren in Nederland (1946), woonde als kind in Suriname, woont in Nederland (Zaandam)

 

Uiterst rechts op de foto Max, naast zijn geliefde 'koki' Anna. Links van haar zit zijn broertje Lode en daarnaast hun moeder.

Doekjes van katoen, bij de tori van Max.
De inkt maakte ik van koffie.